Waarom doen we het nu anders?

Vroeger stonden de sopranen links, nu moeten ze rechts staan. Vroeger begon de repetitie om 7 u., nu om 7.30 u. Vroeger kon je een drankje krijgen voor het zingen, nu enkel erna… Allemaal veranderingen die voor volwassenen heel eenvoudig lijken: je maakt nieuwe afspraken en alles loopt weer vlot. Bij kinderen en jongeren ligt dit moeilijker. De hersengebieden die actief zijn als men flexibiliteit van ons vraagt, zoals bij verandering, werken nog niet perfect samen of moeten nog verder ontwikkelen. Zo komt het dat kinderen en jongeren wel begrijpen waarom een verandering gebeurt en dat zelfs goedkeuren of kunnen uitleggen, maar er nog niet altijd kunnen naar handelen. Dan fronsen de volwassenen hun wenkbrauwen en verliezen hun geduld. Want als je het weet, waarom doe je het dan niet? Alle jonge koorleden staan op een verschillend punt in deze ontwikkeling. Om flexibiliteit vragen houdt dus ook in dat we de koorleden de tijd gunnen om dit te leren. En mogen ze a.u.b. ook af en toe eens een steekje laten vallen, ook al dacht je dat ze het eindelijk konden? Stappen zetten, ook af en toe eens ter plaatse of terug, is een deel van groei en ontwikkeling.

Over de grenzen

Het VOICE project heeft als doel over de grenzen van Europa heen vernieuwing te brengen voor koorzangers van alle leeftijden, voor koordirigenten van alle soorten koren, voor koorfederaties en voor het koorbeleid.

In de Singing Sofa geven we de idee ‘over de grenzen’ graag nog extra betekenis. We sporen dan ook aan om over de grenzen te kijken van leeftijd, koren, repertoire, activiteiten, enzoverder.

De lijst hieronder verwoordt enkele voorstellen. Maar al doende zal je zeker ideeën krijgen die nog beter passen bij je eigen koor.

  • Grens 1: je eigen grens: heb je een vraag? Stel ze! Heb je een wens? Laat die horen! Wil je iets doen maar weet je niet of je het kan? Probeer het! In elk geval: praat met elkaar en met de koordirigent, ook over problemen, gedachten, gevoelens, werkwijzen, afspraken… en vergeet niet ook te praten over de resultaten. Pas dan kan je bijsturen in de richting van een beter koor.
  • Grens 2: de stemmen in het koor. Af en toe kan je uitwisselen welke delen van een lied voor jou of voor jouw ‘stemgenoten’ (SATB) moeilijk zijn qua ritme, tempo, tekst, melodie, samenzang en wat er bijzonder vlot gaat. Is dit voor iedereen gelijk? Hoe lukt de andere erin? Zou je dit ook kunnen? Hoe kan je de andere helpen?
  • Grens 3: je rol. Je bent zanger of koordirigent. Wat zou er gebeuren als je in de schoenen van de koordirigent zou gaan staan? Wat zou je doen, zeggen, kiezen, willen, voorstellen? En wat als de dirigent een zanger was? Kijk maar hoeveel ideeën opborrelen… Je kan het ook anoniem maken door een ideeënbus te gebruiken.
  • Grens 4: je taak. Zangers zingen. Sommigen van hen hebben een extra taak. Neem je er ook eentje bij of kan je ruilen of delen? Vul maar aan: partituren uitdelen, stoelen klaarzetten, lokaal verluchten, jongere zangers helpen, nieuws verzamelen, reclame maken voor een concert, activiteiten bedenken, …. Er is veel kans dat je nog liever naar het koor gaat omdat je voor het koor belangrijker wordt.
  • Grens 5: de plaats. Zing de koorliederen ook thuis, op school, bij vrienden. Maak iedereen benieuwd naar wat je doet in het koor. Vertel ook aan mensen buiten het koor wat zingen met je doet. Geef een muzikale tint aan je gewone activiteiten door erbij te zingen. Eerst zullen mensen misschien wat vreemd opkijken, maar door je enthousiasme zullen ze vast ook zin krijgen.
  • Grens 6: het koor. Ken je andere koren? In de buurt of ver weg in een ander land? Zingen ze daar dezelfde liederen? Hoe werkt het koor? Heb je er vrienden? Kan je eens samen zingen? Hebben zij al eens het spel ‘The Singing Sofa, Sit down and play’ gespeeld? Wat vonden ze ervan? Kan je het samen spelen? Neem je soms contact met hen? Wissel je koornieuwtjes? Wat is hun favoriete lied?
  • Grens 7: je taal. Een lied in een andere taal zingen deed je vast al eens. Je bent nog nieuwsgieriger als een koorlid thuis een andere taal spreekt. Of je kent misschien anderstalige kinderen op school, in je buurt of sportvereniging. Want hoe zou een lied in die taal klinken? Heb je een voorkeur voor een andere taal? Welke vind je gemakkelijk of moeilijk? Bestaat er in die taal een lied dat over hetzelfde gaat?
  • Grens 8: je cultuur. Wat zingen andere culturen als er iemand jarig is? Hoe klinken liedjes in een andere cultuur als ze daar feesten? Kan je een cultuur herkennen door het ritme of de melodie van een lied? Klinkt een stem van een andere cultuur anders en wat doe jij met je stem als je dat lied zingt? Zijn er culturen waar de mensen meer zingen?

‘Over de grens’-activiteiten hoeven niet veel tijd te nemen. Een eenvoudige vraag of opmerking tijdens de repetitie kan al een grens openzetten. Maar je kan natuurlijk ook even gaan zitten voor een gesprekje voor of tijdens de repititie. Of je tint een extra activiteit met een ‘grensmoment’ of ‘grensactiviteit’. De beste keuze is om dit topic regelmatig in verschillende vormen te verwerken in het koorgebeuren. En je kiest wat je kan doen op welke manier: praten, spelen, zingen, bezoeken, schrijven, chatten, de keuze is eindeloos.


Tip LAMP groot

Kijk ook even wat de andere VOICE-partners in andere landen doen en laat je inspireren.

Oei, dat is moeilijk!

EYSI BLAUWDe helft van de koorzangers geven aan moeilijkheden te ondervinden bij het zingen van sommige liederen. De belangrijkste moeilijkheden die ze rapporteren zijn de hoge en lage noten en het ritme. 40 tot 60% van de jonge koorzangers vinden het zingen van hoge en lage noten een uitdaging. Het ritme van de liederen is voor 1 op 3 moeilijk.

Als mijn koorzangers graag zingen ben ik ook blij!

EYSI BLAUWDe top drie van alle koordirigenten samen ziet er als volgt uit:

  1. Kinderen en jongeren graag komen zingen (81,9%)
  2. Het zangniveau stapsgewijs verbetert (54,3%)
  3. We samen vooruitgang boeken (39,4%)

Als ik zing speel ik mee in een film!

EYSI BLAUWBijna alle koordirigenten zeggen veel belang te hechten aan gelaatsexpressie, de persoonlijke omgeving van de zangers, de fantasiewereld van de zangers en lichamelijke beweeglijkheid bij het zingen.


EYSI BLAUWTwee op drie van de koordirigenten bespreekt expliciet de emoties die aan bod komen in de gezongen liederen en 15% laat de emoties kort aan bod komen tijdens de tekstanalyse.