Verschillende appels van dezelfde boom

Je hebt dit zeker al gehoord: sommige zussen of sommige broers hebben bijna dezelfde stem. Sterker nog: de stem van sommige moeders en dochters of van sommige vaders en zoons kan je moeilijk uit elkaar halen. Dat is logisch. Bepaalde kenmerken van onze ouders erven we bij de geboorte. En het gaat over alle kenmerken van een mens: de grootte en vorm van het lichaam, de kleur van de ogen, de huid en het haar, de gezondheid, het leervermogen, de sportiviteit, de hersenwerking, de talenten, de fijnheid van de zintuigen (zien, horen, voelen, ruiken, proeven), … Je bedenkt een kenmerk en je kan het geërfd hebben van je ouders. En toch zijn kinderen en ouders geen kopiën van elkaar. Dat komt omdat we niet alle kenmerken even sterk overerven en dat elk kind, elke broer of zus kenmerken krijgt van beide ouders.  Daarbij komt nog dat bepaalde kenmerken eerder aan meisjes en andere eerder aan jongens worden doorgegeven. Al die mogelijkheden zorgen ervoor dat elk kind verschillend is maar kinderen ook op elkaar en op hun ouders kunnen lijken. Heb je een sportieve moeder en een muzikale vader, dan heb je een bepaalde kans om sportief of  muzikaal te zijn of beide, maar bij elk kind is die kans verschillend.  En nog iets: de kans bij je geboorte dat je een kenmerk hebt of iets zal kunnen is niet het enige. Want misschien kan je wel goed zingen maar doe je iets anders veel liever. Dan ga je natuurlijk dat andere vaker doen, er beter in worden en er meer plezier aan beleven.  Of je voelt wel dat je goed kan zingen, maar je doet het niet omdat vrienden niet zingen of er geen koor in je buurt is. Dus zijn er drie belangrijke punten: de kans dat je een kenmerk hebt, wat je ermee doet, en de mogelijkheden en aanmoediging die je krijgt om er iets mee te doen. Ook die combinatie is verschillend voor elk kind.

Met deze informatie begrijp je ook beter je eigen stem. Ze kan lijken op de stem van gezinsleden en ze kan ook verschillen. In beide gevallen is de boodschap je eigen stem heel goed te leren kennen. Het is bijvoorbeeld niet omdat je stem gelijk klinkt (bouw en werking van je stem) dat je er evenveel kan mee doen (belasting van de stem). Of misschien zing je wel meer dan je gezinsleden maar voel je toch dat je, net zoals hen, heel gevoelig bent voor droge of onzuivere lucht. Een gesprek over je stemstamboom is daarom heel boeiend, zowel thuis als in het koor.  Meteen hoor je hoe anderen problemen oplossen, mogelijkheden uitbreiden en rekening houden met beperkingen. En dan zijn we weer een stap vooruit want ‘de wereld begijpen is jezelf begrijpen’.